Column: Kroonjuwelen

//Column: Kroonjuwelen
Door: Jelle Adamse

De recente aflevering van Zomergasten met burgemeester van Amsterdam Eberhard van der Laan schetste een man met een bijzonder verantwoordelijkheidsgevoel. Het was ook een aflevering vol mooie ideeën over de toekomst van de stad (Amsterdam) en Nederland. Zo vertelde Van der Laan dat het zijn doel is om Amsterdam achter te laten als de ‘lieve stad’ die het is. Ook haalde hij de Randstad en het Rondje Randstad weer uit de kast: het idee dat de vier grote steden als één lintstad functioneren, verbonden door een snelle railverbinding, met in het midden het Groene Hart als een groot uitgevallen Central Park.

Ik weet niet wat een ‘lieve stad’ is, maar het klinkt niet alsof je er iets op tegen kan hebben. De Randstad is een ander verhaal. Ik krijg daar al snel visioenen bij van de maakbaarheidsgedachte van planologen. Het verleden heeft geleerd dat het behoorlijk lastig is om vooraf te bepalen, waar en hoe mensen hun leven willen leiden.

Krimpgebieden

Het interessantste vond ik zijn opmerking dat krimpgebieden hun rol moeten accepteren en dat moeten gebruiken. Met andere woorden: probeer niet te maken wat er niet is, maar gebruik wat er wél is en versterk dat. Dat betekent keuzes maken. Kies – binnen je kaders – wat je wilt zijn. Zo maakte Amsterdam in de jaren tachtig de keuze voor het toekomstbeeld van de ‘compacte stad’ en zette daarmee vol inzette op stadsvernieuwing. Een keuze die evident heeft bijgedragen bij het huidige succes van Amsterdam.

Kroonjuwelen

De krimpgebieden hebben het economisch zwaar, zoals Amsterdam het vorige eeuw lang zwaar had. Maar de krimpregio’s liggen vaak in mooie streken en dat biedt zeker kansen. Daarbij is het – volgens Van der Laan – nu de beurt aan de steden om het platteland te redden. Hoe dat redden precies in zijn werk gaat is nog niet duidelijk. Ik kan me voorstellen dat de plattelandsgebieden rondom de steden profiteren van dagtoerisme van stedelingen of een vernieuwde interesse in biologisch geteelde producten uit de nabije omgeving.

Maar ik vraag me wel af hoe groot het overloopgebied van de stad is? Oost-Groningen en Zuid-Limburg liggen nu niet bepaald naast de deur. Wellicht is het een idee om – naast het Rondje Randstad – ook een andere planologische kroonjuweel uit de kast te halen: de Zuiderzeelijn. Dan kun je als toerist op een dag naar Artis en het MuzeeAquarium in Delfzijl. Of is dat ook een iets te gemaakte gedachte?

2017-07-31T15:51:22+00:00 31 juli, 2017|Redactie|