De orderportefeuille zit vol. En dan?

//De orderportefeuille zit vol. En dan?

Het blijft een worsteling: genoeg werk op voorraad hebben dat ook nog eens voor voldoende beleg op de boterham zorgt. En hoe zorg je dat je personeelsplanning synchroon blijft lopen met het werk dat voor de komende tijd staat ingepland? Ofwel, de plussen en minnen van een goed gevulde orderportefeuille.

 
 
De laatste twee jaar volgen de optimistische nieuwsberichten elkaar weer in rap tempo op. De strekking is altijd als volgt: ‘orderportefeuilles bouw weer goed gevuld’.  Begrijpelijk natuurlijk, dat daar zo positief over bericht wordt, want het is ook een paar jaar anders geweest. Dat het schrapen was naar werk. Dat bouwbedrijven alles maar aannemen, vaak zelfs onder de kostprijs, om hun mensen maar aan het werk te houden. Of om in ieder geval nog een beetje omzet te kunnen schrijven.

Die tijd ligt – gelukkig – achter ons. In de afgelopen maanden stegen de orderportefeuilles tot een comfortabele 10,7 maanden in de burgerlijke en utiliteitsbouw en 6,6 maanden in de grond, weg en waterbouw (cijfers EIB april 2018). Maar wie de kranten en nieuwswebsites volgt weet ook dat het nog steeds geen hosanna is. Want volle orderportefeuilles zijn mooi, maar ze moeten ook voldoende geld opleveren en er moeten ook handjes zijn om het werk te kunnen uitvoeren. En daar schort het anno 2018 nog wel eens aan.

Hoe zorg je er dus voor dat het voorhanden werk ook rendabel is en dat je op tijd genoeg mensen hebt om het werk te kunnen uitvoeren?

Te beginnen met het laatste. De omvang van de orderportefeuille is een belangrijk aspect voor de personeelsbezetting. Als de orderportefeuille gering is dan zal een bedrijf er voor moeten zorgen dat deze zo snel mogelijk weer op niveau is anders bestaat er de kans dat er onvoldoende werk is om het personeel van voldoende taken te voorzien. Dat was de situatie tijdens de crisis, zeg maar.

Aan de andere kant kan een te grote orderportefeuille er voor zorgen dat er een druk komt te staan op de personeelsplanning. Bedrijven kunnen besluiten om personeel te laten overwerken of ze nemen tijdelijk extra personeel aan. Zo kan het personeel op de loonlijst verder worden uitgebouwd door tijdelijke contracten te verstrekken. De flexibele schil van een bedrijf kan zo ook worden vergroot. Maar wat als die mensen er simpelweg niet zijn? We vroegen het aan Björn Oeben, directeur van Faber Personeelsdiensten Bouw. “Vaak gaat het mis bij de planning. Ik zou veel vaker bij de planningen van bouwers betrokken willen worden. En dan een soort pool van vakmensen maken. Het is misschien beter als bedrijf A nog heel even wacht met de start van een project waarvoor hij vijf timmermannen nodig heeft omdat ik weet dat er bij bedrijf B vijf mannen rondlopen die over een maand klaar zijn met hun project.”

Oeben waarschuwt bedrijven om nu niet opeens weer mensen in vaste dienst te nemen. “Dat is vragen om problemen op de langere termijn. Ik snap niet dat kleine bedrijven nog steeds mensen een vast contract aanbieden. Terwijl ze over een tijdje waarschijnlijk geen werk voor zo iemand meer hebben. De bouw heeft een flexibele schil nodig. Maar de traditionele  gedachte in de bouw is nog steeds: “een goed bouwbedrijf heeft veel timmermannen in dienst. Terwijl het zou moeten zijn: een goed bouwbedrijf weet hoe hij op tijd voldoende timmermannen heeft. Vast personeel klinkt mooi, maar het hoeft helemaal niet. Zeker nu het weer beter gaat in de bouw, zou je flexwerk juist moeten opschalen, niet afbouwen.”

Werk dat iets oplevert
Het recente faillissement van woningbouwer Moonen laat zien dat een gevulde orderportefeuille geen garantie voor succes is. Je kunt immer ook werk aannemen voor een prijs waarvoor het in de praktijk niet is uit te voeren. Of te maken krijgen met enorm oplopende prijzen van zowel materialen als personeel, zoals dat nu het geval is. “De kunst is om niet alleen maar orders binnen te halen, maar goede orders. Geen droge maar dik belegde boterhammen”, stelt Daniëlle de Jonge. Ze traint ondernemers om de juiste klanten te vinden en te houden. “Kijk, goed gevulde orderportefeuilles zorgen er voor dat ondernemers vertrouwen hebben in de toekomst. Ze merken dat klanten opdrachten aan het bedrijf gunnen en dat geeft een gevoel van zekerheid. Maar dat kost moeite. Het vraagt om ijzersterke marketing en sales. Verkopers en een marketingafdeling moeten er voor zorgen dat het bedrijf goed bekend komt te staan. Verkopers moeten natuurlijk ook hun oren en ogen goed openhouden voor ontwikkelingen in de markt. Maar ook tekenaars en werkvoorbereiders moeten betrokken worden bij de ontwikkeling van interessante offertes. Gezamenlijk zorgt een groot deel van het middenkader van het bedrijf er voor dat de orderportefeuille gezond is en gevuld blijft.”

Aanbestedingsexpert Maurice Wielink van CROW hamert erop dat aannemers veel meer moeten inzetten op innovatie. “Daar zijn opdrachtgevers heel gevoelig voor. En de aanbestedingswet is in 2012 zelfs zo opgezet om duurzaamheid en innovatie te stimuleren.” Wielink ziet dat er tussen overheid en bedrijfsleven nog een enorme misconceptie bestaat over de belemmeringen van innovatie. “Ze praten dan over volstrekt verschillende dingen. Opdrachtgevers zeggen: ‘het kan best’. Opdrachtnemers roepen: ‘het kan niet’. Daar is veel winst te behalen.”

 

 
 
Armand Landman
Een waar woord

 
 
 

2018-04-24T15:35:05+00:0024 april, 2018|Geen categorie|

Benut je kansen optimaal!
Dé connectie tussen Linkedin en telesales

Zakendoen in de bouw, 30 oktober
Meld je nu aan